Kampen1854.nl op Facebook
Wim Berkelaar

Spreken over de toekomst van de gereformeerde gezindte is een 'hachelijke onderneming', ik zeg het Gerard den Hertog na. Voelt een historicus bij het spreken over het verleden tenminste nog enige grond onder de voeten, spreken over de toekomst is een vorm van speculatie die een historicus al gauw in grote verlegenheid brengt.
Maar laat ik hier onbekommerd mijn gedachten laten gaan over Den Hertogs verhaal. Allereerst zijn 'persoonlijk gekleurde waarneming van wat zich vandaag als gereformeerde wereld aan ons voordoet', zoals hij dat omschrijft.
Als Den Hertog spreekt over de gereformeerde wereld van nu heeft hij vooral oog voor kerken en groeperingen die aan de Drie Formulieren van Enigheid vasthouden. Dan zit je tegenwoordig al snel aan de rechterflank van de gereformeerde gezindte, met zeer uiteenlopende gemeenschappen als de Gereformeerde Gemeenten, de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt en de Christelijk Gereformeerden. En in de Protestantse Kerk in Nederland de Gereformeerde Bond en daar nog wat loslopende leden van wat eens het Confessioneel Gereformeerd Beraad heette, gereformeerden die verontrust waren door het optreden van figuren als H.M. Kuitert en H. Wiersinga die in de jaren zestig en zeventig vrijmoedige opvattingen over de gereformeerde leer verkondigden.
Maar wat dan te doen met dat overgrote deel van de PKN dat zich niet zo snel laat vangen in vrijzinnig of confessioneel behoudend? De enkele keer dat ik nog in een kerk kom ( bij bijzondere gelegenheden als een begrafenis bijvoorbeeld) treft me altijd de 'zoetelijke lievigheid' van predikanten en gemeenteleden: er wordt gebeden tegen oorlogen en geweld, er worden bloemen bezorgd bij zieke gemeenteleden en Jezus wordt gepreekt als 'Gutmensch'.
Zeker, de predikanten geloven wel dat hij de zoon van God is maar de kern lijkt inmiddels toch: hij was vooral een voorbeeldig mens die zich ontfermde over hoeren en tollenaars en Farizeëers (lees: de huidige machthebbers) de les las. Over kruisdood, Golgotha, opstanding en het oordelen over de levenden en de doden, laat staan over theologisch-historische constructies als uitverkiezing hoor je in die PKN steeds minder.
Zo is het niet in de Gereformeerde Gemeenten, de Christelijk Gereformeerde Kerken en in de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Godsdienstsocioloog Gerard Dekker heeft voor wat betreft dat laatste kerkgenootschap in zijn boek De doorgaande revolutie. De ontwikkeling van het GKV in perspectief dan wel voorspeld dat die in secularisatie de synodaal-gereformeerden achterna zouden gaan – ik zie dat nog niet zo snel gebeuren.
Maar wel lijken 'de oude schrijvers' en de klassieke belijdenisgeschriften steeds minder greep te hebben op de gereformeerde gezindte. Hoe dat te verklaren? Den Hertog heeft daarop in zijn lezing een aantal behartenswaardige antwoorden geformuleerd. De natuurwetenschappen hebben hun sporen getrokken in hun onttovering van de wereld en dat heeft christenen vanzelfsprekend niet onberoerd gelaten.
Maar vooruitgang in de wetenschap leidt niet vanzelfsprekend tot geloofsafval, zo betoogt Den Hertog en hij heeft gelijk: dat zou een veel te simpele kijk op mensen en hun geschiedenis zijn. Kijk alleen maar naar het aantal vooraanstaande christelijke natuurwetenschappers als Arie van den Beukel en Cees Dekker, beiden verbonden aan de Technische Universiteit Delft, die het christendom trouw gebleven zijn, alle wetenschappelijke ontdekkingen ten spijt.
Dat die gereformeerde gezindte intussen niet meer zo uit de voeten lijkt te kunnen met de belijdenisgeschriften en de geschriften van leidende theologen heeft een andere oorzaak en wel de polarisatie die de gereformeerde gezindte vanaf de Tweede Wereldoorlog (en eigenlijk al eerder) teisterde. Er werd in uiteenlopende kerken een felle strijd gevoerd: vrijgemaakt-gereformeerden keerden zich tegen dominee B.A. Bos, naar aanleiding van diens zogenaamde Oosterbeekconferenties in 1948, waarbij toenadering tussen vrijgemaakt-gereformeerden en synodaal-gereformeerden de kern van het conflict was. En de zogeheten gereformeerde gemeenten scheurden in 1953 naar aanleiding van het optreden van de eens Kuyperiaans gereformeerde scherpslijper C. Steenblok. Wat is dit toch met die nazaten van Abraham Kuyper? Die kring heeft de meeste scheurmakers van de gereformeerde gezindte voorgebracht, te beginnen met de grote voorman zelf, die in 1886 met de Nederlandse Hervormde Kerk brak.

Die polarisatie heeft zijn uitwerking op de gereformeerde gezindte niet gemist. Het gemak en de stelligheid waarmee uiteenlopende figuren uit verschillende kerken als C. Steenblok, J. Kamphuis en C. Trimp (beiden hoogleraar aan de vrijgemaakt-gereformeerde theologische hogeschool in Kampen) opkwamen voor hun interpretatie van de gereformeerde leer en de grote woorden die ze daarbij gebruikten heeft latere generaties in verlegenheid gebracht. Let wel, niet dat er onder die latere generatie geen 'verontrusting' leeft over de koers van de gereformeerde gezindte, maar die 'verontrusting' wordt minder hard van de daken geschreeuwd en heeft in elk geval minder navolging. Het mes van de verontrusting is na de decennialange polarisatie bot geworden.
Je ziet het aan de tragische gang van de eveneens eens vrijgemaakt-gereformeerde theologen P. van Gurp en J. Douma. Zij hebben hun kerkgenootschap op hun oude dag vaarwel hebben gezegd en rijden als eenzame Lucky Lukes op hun Jolly Jumper uit hun eigen stripverhaal.
De 'verontrusting' van deze figuren was vaak verhulde agressie, ook al werd die dan vroom verpakt: deze theologen zouden wel even uitmaken wat de koers van een kerkelijke gemeenschap behoorde te zijn. Maar die gemeenschap is het vechten van de theologen inmiddels moe.

Jan Lever, de befaamde hoogleraar biologie aan de Vrije Universiteit en de man die de gereformeerden verzoende met de evolutieleer van Darwin, zei mij in het wat het laatste interview van zijn leven is geweest (hij stierf in 2010) kort en bondig dat de spanningen in de Gereformeerde Kerken in Nederland in de jaren dertig aan theologen waren te wijten. Met naam en toenaam somde hij enkele van die inmiddels nagenoeg vergeten kopstukken op: H.H. Kuyper was 'een misselijk mens', V. Hepp 'niet best' en K. Schilder 'een pestkop'.

Deze en andere theologen oefenden een funeste invloed uit met hun hang naar 'geestelijke leiding' – misschien niet eens direct op hun eigen generatie, maar zeker op de generaties die na hen kwamen. H.M. Kuitert heeft velen van hen een stem gegeven in zijn Het algemeen betwijfeld christelijk geloof uit 1992, waarin hij liet zien hoeveel van de zogenaamde 'eeuwige waarheden' door theologen door de eeuwen heen zijn geconstrueerd en uiteindelijk niet meer betekenden dan historische bedenksels van mensen die in een bepaalde tijd en op een bepaalde plaats leefden.
Nu is Kuitert inmiddels vooral een spreekbuis van een verdwijnende generatie. Jongeren nemen ook van zijn werk geen kennis meer. Maar iets van dat relativerende denken heeft ook de nog wel orthodoxe en bevindelijke gereformeerde gezindte bereikt: de massieve belijdenisgeschriften en vooral de theologische stelligheden van predikanten en theologische hoogleraren hebben niet meer de zeggenschap van voorheen. Ook leden van de gereformeerde gezindte zijn individualistischer, mondiger, minder stellig en meer zoekend.
Dat is alleen maar winst te noemen. Geen grote menselijke, al te menselijke woorden meer over God, over 'ware kerken', over wie er wel en wie er niet in de hemel komen, maar God hooguit als 'zoekontwerp', om Kuitert toch nog een keer aan te halen (al moet daaraan worden toegevoegd dat Kuitert God lang gezocht en uiteindelijk niet gevonden heeft).
Gerard den Hertog heeft de gereformeerde gezindte schitterend getypeerd als 'een onbestaanbare verlegenheid'. Als de gereformeerde gezindte de polarisatie, de grote woorden en de kerkelijke pretenties achter zich laat – en daar lijkt het momenteel op – kan zij iets toevoegen aan de gefragmenteerde samenleving: onderling hulpbetoon, naastenliefde en de notie dat materiële welvaart en zelfverrijking niet zaligmakend zijn. Door de grote woorden in het verleden heeft de gereformeerde gezindte zichzelf in verlegenheid gebracht, nu zij die grote woorden voorbij is, mag zij de verlegenheid laten varen en vrijmoedig in de wereld bestaan.

Wim Berkelaar is als historicus verbonden aan de Vrije Universiteit