Kampen1854.nl op Facebook
"De eigene inrichting verplaatst ... of de schade, die Kampen mitsgaders zijne omstreken dreigt, beschouwd uit geestelijk, intellectueel, politiek, paedagogisch, sociaal, materieel en andere oogpunten te vele om op te noemen." (...) Allereerst een kort woord over den schrijver [van deze brochure] ... men zou denken, dat broeder Van Dooren [een bekend ouderling] hierin aan het woord was die (...) zich als tolk uit den boezem der gemeente tot het publiek wendt, hen aanspoort om de woorden van waardeering in daden om te zetten, en van hunne welwillende houding blijk te geven door aan de sigarenpikkers te verzoeken ons niet meer met sneeuwballen te molesteeren en aan den kerkeraad om als concessie en lokmiddel ons plaatsen in de Hagenpoort[kerk] af te staan. (...) Het blijft echter bij klachten (...).

Ten eerste Paedagogische schade. Bij dit woord breidde zich een ruim veld voor mijne blikken uit. Ik herdacht den arbeid op Zondagschool, Knapenvereeniging, Jongelingsvereeniging enz. verricht. Daar zag ik broeder Sol zitten te midden van de kleine kleuters, één op zijn rechterknie, één op zijn linker, en de anderen op stoofjes aan zijne voeten - zoo zat vader Jacob te midden van zijne zonen -. Doch hoe zou ik u hierbij vergeten, o Cato, in 't ambt vergrijsd, te midden van de woelige Benjaminieten, aan wie gij uwe zoetste lachjes tevergeefs verspilt, bij wie ge tevergeefs hoopt dat onder 't schrapen van uw keel en 't streelen van uw kin de orde terug zal keeren. Doch van kind tot knaap, van knaap tot jongeling, Zondagschool en Knapenvereeniging culmineeren in de Jongelingsvereeniging. En de Jongelingsvereeniging viert haar hoogtij in 't Jaarfeest. Hoe gedenk ik daarbij aan u, o Roelf Barbarossa, en aan uwe voortreffelijke leiding van het feest buitendijks en [uw] spreken in dezen trant: "Geachte hoorders: Ik heb u te spreken over den jongeling Adam, den jongeling Kain, den jongeling Christus". - Dergelijke knollen worden immers toch wel door de boeren voor citroenen geslikt.

Minder paedagogisch dan intellectueel is de Kamer van Rhetorica 'Excelsior'. Excelsior was haar naam en zij geleek dien fieren bergbeklimmer wel, wiens leuze "'t'immer hooger" was. Doch wanneer straks haar kloeke gids, die van zijne schouderen opwaarts grooter is dan al 't volk, haar ontvalt, dan zal zij nedertuimelen van hare hoogte. Maar in haar zwanenzang vol rederijkersbeeldspraak zal zij nog zingen van den jongeling die haar naar hooger sfeeren opvoerde, wel niet op adelaarsvleugelen maar dan toch op kievitsvlerken.

Ook in politiek opzicht zal de schade groot zijn. Wie zal onze arbeiders beschermen en waarschuwen voor den strik, dien [Pieter Jelles] Troelstra en [Herman] Gorter hen met sluwen arglist spannen, wanneer [dr Herman] Bavinck niet meer met den gloed der verontwaardiging tegen hen zal ageeren, en [Lucas] Lindeboom met een wereldverachtend gebaar zijn lorgnet zal zwaaien. Dan zal Patrimoniums bouwlust kwijnen en te niet gaan, omdat er van den eerevoorzitter Martinius [Noordtzij] gezegd wordt: hij is het geweest, en is 't niet meer.

En hoe zal 't gaan op de ijsbaan, waar nu zelfs bij lange vorst de gereformeerde dames het schaatsenrijden nimmer moede worden, zoolang er zich studiosi vertoonen? Zal misschien de babbelzieke, deftig zwaaiende hoogverheven prins Hendrik 't baantje rondzwieren met een ventje, dat nog nauwelijks kan conjugeeren, en veel minder begrijpen: amo, amas, amat. Of zullen zij nu wars van ijsvermaak en wandelen, aan de etalage in een winkel de voorkeur geven boven parade op den nieuwen weg, en zich aansluiten bij de dochteren der vlijt. Dan zouden zij samen een vakorganisatie van gereformeerde winkeljuffers kunnen vormen, en een onderdeel der sociale kwestie trachten op te lossen in antirevolutionairen zin, voorzeker niet minder eene 'question brulante' dan de sensatiewekkende dienstbodenkwestie van Zaandam. Op deze sociale nood sluit zich oogenblikkelijk de verkiezingsactie aan. In den winkel van Jan Kok [de boekhandelaar] zal onze opgewonde stemmingsvreugde niet meer weerklinken, wanneer Joost Esser [leraar aan het gymnasium] met verkiezingswoede bezield de straat overhollend 't nieuwste telegram van Laurens van Hulst [van de Kamper Courant] meldt.

kapper1
Nog rest de materieele schade. Daar ik eraan twijfel bij mannen der wetenschap en van geld, als wij allen zijn, voor zulke stoffelijke belangen gehoor te vinden, sla ik deze passage vol van hartroerende en zieldoorvlijmende reacties van hospita's etc. over. Slechts eene uitzondering wil ik maken voor de vriendelijk groetenden stalhouder Schilder [uit de Burgwalstraat]. Hij zal klagen, dat de klad in zijne uitgebreide en van oudsher beroemde affaire gekomen is, sedert er geen studenten meer zijn, die met vriend of vriendin naar Wilsum zich ter preek laten rijden. Maar Wilsum zelf zal rouwen als een eenzame weduwe, omdat de band, die haar aan de studenten bond vernietigd is, en 't zal vragen of dat 't loon is voor de trouwe, waarmee het ons trouw bleef altijd door, ook toen zelfs, toen alle andere kerken ons niet in staat oordeelden een woord ter stichting te spreken.

Met deze veelzeggende ontboezeming eindigt de brochure [...].

Uit: Monitor voor het jaar 1901 (Barnum & Bailey Compagnie Drukkerij), orgaan van het studentencorps "Fides Quaerit Intellectum". Handgeschreven.

Toelichting: In deze jaren kregen de plannen om de Theologische School te verplaatsen van Kampen naar de Vrije Universiteit te Amsterdam steeds vastere vormen. In 1902 werd daartoe door de synode van de Gereformeerde Kerken daadwerkelijk besloten; maar verder werd besloten dit besluit niet ... uit te voeren. Zo bleef de Theologische School in Kampen. Nog wel... Jaap van Gelderen