Kampen1854.nl op Facebook

fotoKampen - 19 juli 2014. De afspraak is dat ik een kleine groep belangstellenden zal rondleiden in de stad. 's Morgens hebben zij het Ikonen Museum bezocht, heerlijk koel (op de benedenverdieping). Lunch op de Botermarkt onder een grote vierkante parasol - bij tijden een regenscherm -, onder streng toezicht van Catootje. Daar zal ik hen ontmoeten, 13.30 h. sharp. De thermometer geeft 35° Celsius. Na een kwartiertje kennismaken onder het genot van koel water, moeten we het erop wagen, we laten ons niet kennen. Ik nodig de drie heren en vier dames uit in de 'koelte' van de huizenrij, met als zichtlijn van Broederpoort naar het Raadhuis, het oude. [Men kan ook beginnen in dit gebouw, het Stedelijk Museum Kampen, een van de vaste onderdelen van de het tentoongestelde is de religie in deze stad].
Op de Botermarkt kun je direct al flink wat Kamper geschiedenis kwijt: het pleintje was in oude tijden de begraafplaats van het Klooster van de Franciscanen; daar was de Librye, wijs ik. Ziet u het Paradys? de gevelsteen op de hoek van de Nieuwstraat?De slang, de appel. Ik houd me in: geen theologische verhandeling (1926). Op dit pleintje deed de Inquisitie een poging een rebelse boekdrukker te arresteren, maar het volk ging om de man heen staan, zodat hij kon ontsnappen (1566); na 1590 kon zijn nageslacht terugkeren: een kleinzoon werd de bouwmeester van de verdiepingen op de twee poorten aan de landzijde. (Het vak had hij in Noord-Duitsland geleerd zodat Duitse toeristen in 'onze' stadspoorten Bremen en Lübeck herkennen).
We moeten door, recht vooruit, Torenstraat rechts: genoeg (eigen) historie, dat is een verhaal, een wandeling apart. Wij gaan door: tweemaal links: we treden de Hof van Breda binnen, achter de Lutherse kerk en een voormalige stadskasteel ('t vroegere Speelwerk). In de Hof zijn bankjes onder de bomen, en met enige regelmaat laat het Carillon van zich horen. Dáár praten we over het imago van Kampen aan de hand van een gedicht (van Ad de Besten); al vrij snel komt de vraag naar 'een kerkscheuring in oorlogstijd', ... nu zeventig jaar geleden (augustus 1944).
We lopen naar de beeltenis van Ida Gerhardt (en de bronzen kop van Henk van Ulsen: ieder kent hem nog, dat doet me deugd). Hardop lees ik Het Carillon uit het oorlogsjaar 1941. Terug in de Marktsteeg wijs ik op de bogen aan het einde van Houtzagerssteeg: op de hoek met de Oudestraat, aan de rechterzijde verbleef de Hertog van Alva (uit onze, onderling verschillende, geschiedenisboekjes: we zijn allemaal rond de 70, ik 'vrij' protestant en zij 'kritisch' rooms-katholiek, een aardige mix. Dat huis op de hoek: een kroeg voor sigarenmakers: zonder jukebox, staande drinken. Normaal zou ik de Burgel nemen, het Kalverhekkenbos, kleinste huisje, rechtsom en dan direct links: de grenssteen van het espel. Buiten Hofstraat - links (de grote pastorie) en rechts (het atelier) van Auke en Ali Jelsma. Op naar de Schapensteeg. Maar nu het zo heet is, gaan we terug naar de Buiten Nieuw.
De Bethlehemvergadering. Passeren de Van Heutsz, en de open plek waar eens een bloeiende discotheek was, jaren en jaren geleden afgebrand. Zien het vroegere klooster van de Zusters der Liefde, er wordt gegrapt door de heren (niet door mij hoor). De Schapensteeg ligt er bloemrijk bij, dat is genieten, de dames herkennen kruidengeuren; een van de dames neem de gieter die er staat en begiet het dorstig kruid (dat anders zou bezwijken). We bevinden ons in de vroegere Elseneursteeg die herinnert aan de glorierijke Hanzetijd. Krijgen zicht op de IJsselstroom en de groene Kamper-Eilanden.
We wagen ons aan de waterkant: de zon steekt onbarmhartig. Hier ligt een struikelsteen voor een Rotterdammer die in november 1944 brutaal werd neerschoten, en in het water geschopt (het steentje heeft een Davidssterretje). Aan de overkant, op nr. 21, een hoog pand met balconnetje, in 1938-1944 was dit een gereformeerde pastorie van ds. C.B. Bavinck, naast de familie woonde het gezin van jhr. E.F. Sandberg, de NSB-burgemeester van Kampen; de kinderen speelden wel met elkaar aan de kade bij de Duitse boten. Snel doorlopen, we passeren de brug en vluchten naar een terrasje, onder, alweer, een grote parasol, bediend door de maagden van d'Olde Vismarck, we drinken veel en koel. Nog één plek wil men bezoeken: de synagoge. Eerst vertel ik, nog buiten, het verhaal van de pastoor van het Poolse Szczedrzyk, hoe hij barmhartigheid bewees aan 'onze' Herman Goudsmid door hem neer te leggen in een graf (eind 1942).
Was er nog tijd geweest dan hadden we in de Voorstraat gewezen op de Sigarenfabriek, hadden dan de Koldenhovensteeg genomen, even gezegd dat café Vredenburg zijn naam dankt aan de Vrede van Utrecht 1713. Maar we gaan naar de Oudestraat, dan rechtsom. De Eenhoorn (koffie en sigaren). Aan de overkant waar Hendrick Avercamp woonde. De St. Jacobssteeg heeft een eigen geschiedenis, daarover nu niet. De Plantage ook. Daar kun je een hapje eten. De brug is nabij, en het aloude Kamperlijntje. Er kan ook vrij geparkeerd worden daar. Er zijn nog geen vaste plannen voor de afgebrande Buitenwacht, eens de mensa.
Jaap van Gelderen