Kampen1854.nl op Facebook
KAMPEN 1854 wil de herinnering bewaren aan de Theologische Universiteit te Kampen en de invloed die van haar is uitgegaan in stad, land en wereldwijd, gedurende meer dan 150 jaar.
Het thema van de korte wandeling op 6 november 2015 was de Sociale Quaestie in Kampen. De terminologie voert direct terug naar het eind van de negentiende eeuw toen Paus Leo XIII een Sociale Encycliek Rerum Novarum het licht deed zien die invloedrijk werd en "Rome" prestige verschafte in de niet-katholieke wereld. In hetzelfde jaar, 1891, werd in Amsterdam een Sociaal Congres belegd, oorspronkelijk een initiatief van Friese Patrimoniummannen maar in feite genaast door het Centraal-Comité van de Antirevolutionaire Partij (lees: dr. Abraham Kuyper). Bekende namen van hervormde zijde waren o.a. dr. Hendrik Pierson van de Heldring-Stichtingen, en dr. F. van Gheel Gildemeester uit Den Haag initiator van 'opvanghuizen' in de grote steden. Een damescomité besprak delicate zaken als prostitutie, het alcoholisme, en de inzet van vrouwen voor vrouwen (uit filantropische overwegingen). Patrimonium was het verbond van hervormd-gereformeerde werklieden dat ook in Kampen actief was, uit deze kring was ene Johan Huizinga aanwezig in Amsterdam (over wie veel te vertellen valt, zie: Kamper Almanak 1983-1984). Het initiatief van de Paus en dat van de orthodoxe protestanten in de lage landen had stellig ook tot doel een dam op te werpen tegen het veld winnend Socialisme (wat in Kampen aanvankelijk best gelukte). De socialistische pers schreef trouwens niet onwelwillend over dit initiatief aan christelijke zijde, de bezoekende journalisten waren diep onder de indruk van de gebedsgaven van Kuyper en zo weten wij wat diens slotbede was: "Zij – de armen – kunnen niet wachten, geen dag, geen nacht...".
jaap1

Klaas Kater, landelijk voorzitter van Patrimonium en initiatiefnemer van het Sociaal Congres, legde in 1882 een eerste steen voor de bouw van arbeiderswoningen in Kampen, aan de Eerste Ebbingestraat, het zgn. sigarenmakerskwartier

Uit Kampen waren naast Huizinga, drie professoren uit de kring van de Theologische School aanwezig: Helenius de Cock de initiator van het protestants-christelijke onderwijs in Kampen (1853); dr. Herman Bavinck die rapporteerde over Bijbelse 'beginselen' (en Winterlezingen hield voor het Kamper publiek over de grote vraagstukken van de tijd); en Maarten Noordtzy de grote roerganger op politiek en sociaal terrein in Kampen: hij hielp de arbeiders (en later ook de bedreigde middenstanders) zich te organiseren. Lucas Lindeboom, de man van de vele instellingen voor christelijke barmhartigheid, ontbreekt: was hij verhinderd of week hij zo af op kerkelijk, theologisch en politiek terrein van de 'grote Kuyper' dat hij zich niet wilde engageren? Lindeboom roerde zich in de stad met de Kamper Volksvriend en hij wekte de studenten op tot evangelisatie onder de jongeren en de hier gelegerde soldaatjes. Noordtzy was lid van de gemeenteraad en een gezaghebbend informant van de Staatscommissie voor de Sociale Enquête in februari 1892, samen met de vrijzinnig-hervormde predikant A.G. van Anrooy, man van het volksonderwijs die aan Vloeddijk 102 woonde. (Na zijn emeritaat in 1894 werd de 'moderne' predikantsplaats in de Hervormde Gemeente geschrapt).

jaap2

De pastorie van ds. Van Anrooij aan de Vloeddijk. Hij was gehuwd met een nicht van Karl Marx.

Tijdens de korte wandeling, van Burgwalkerk via Morrensteeg, linksaf de Boven Nieuwstraat in, en dan via de Botermarkt naar de Nieuwe Markt was er onderweg genoeg te vertellen. De bioscoop: hier was vóór 1940 het Gebouw voor Christelijke Belangen gevestigd waar alle protestants-christelijke verenigingen konden vergaderen. De Broederkerk, vanouds het centrum van het hervormd kerkelijk leven waar ook de Armenkamer was gevestigd – een initiatief dat reeds onder Karel V in de zestiende eeuw was genomen toen dit gebouwencomplex nog een Franciscaans klooster herbergde. In de jaren dertig van de vorige eeuw verhuisde de Armenkamer naar de Nieuwe Markt noordzijde en vanaf 1940 heette deze de Sociale Dienst; hier werd een herinnering opgehaald van Ab van Dijk (1924) aan deze instelling in tijden van crisis (zie Kamper Almanak 2007, "Drie boter, één vet"); het budget van een gereformeerd arbeidersgezin werd besproken (altijd werd nog gereserveerd voor kerk- en schoolgeld), zie: Kamper Almanak 2000 (het verhaal van Riek Schrijver). Een flink deel van de arbeidersbevolking was trouw gebleven aan de kerken (in tegenstelling tot bijvoorbeeld die van Deventer waar een fors deel socialist werd wat toen meestal inhield: onkerkelijk). Wel hield ds. G. Horreus de Haas, een christensocialist uit Zwolle, meetings in de crisisjaren in het Park bij de Broederpoort. (Kampen kreeg een Christelijk-Democratische Unie - dat christelijk sociaal wilde zijn en pacifistisch. Een kerkelijk gereformeerde sigarenmaker, Hendrik Bos, werd hiervan de voorzitter en tevens lid van de Kamper gemeenteraad voor de CDU. Bos ondervond veel tegenstand uit eigen kring, een ferme verdediger in de sociaal-bewogen ds. Koos Overduin. Bos werd in de Tweede Wereldoorlog om zijn hulp aan joodse onderduikers via Vught naar Buchenwald gedeporteerd en hij is daar omgekomen in begin 1945. Zijn hulpactie moet gezien worden als een vorm van geweldloos verzet).

jaap3

In het achterliggende voormalige kloostergebouw was in het begin van de negentiende eeuw de Armenkerk en later in de eeuw de Werkverschaffing gehuisvest.

Gememoreerd werd aan de Armenkerk die in de eerste helft van de negentiende eeuw de paupers opving, gevestigd in een zaal van het voormalige St. Annaklooster (het gebouw van het Linneweversgilde in de Groenestraat). Tegen het midden van dezelfde eeuw zetelde hier de (verplichte) werkverschaffing voor de schare werklozen (de tijd dat Kampen een textielstad was liep af, de sigarenindustrie maakte een bescheiden begin en de bevolking groeide door de toeloop van het platteland). De weg van (hulpbehoevende) pauper tot (zelfbewuste) proletariër moest nog worden ingeslagen. In de tweede helft van deze eeuw kwam het werk van de 'inwendige' zending op met een lokaliteit in de St. Jacobssteeg (Pniёl). Nodig bleef ook het werk van het Leger des Heils in Kampen (vanaf 1887): onder het motto: Eerst: 'Soup', dan: 'Soap', eindelijk: 'Salvation'). Terzijde: de opkomende sportbeweging was, naar mijn bescheiden mening, vaak effectiever bij de bestrijding van het alcoholisme dan menige preek... (Naar juffrouw Zwerina Hendriks werd wel beleefd geluisterd). In de Tweede Wereldoorlog vonden afstammelingen uit de kringen van bezoekers van de verschillende evangelisatiebijeenkomsten elkaar in een Vrij Evangelische Gemeente (tegenover de bioscoop). Een doorgaande emancipatie. Gewezen werd vervolgens op de vroegere kloosters met hun ziekenzalen (voorlopers van de modernere ziekenhuizen); op de Vergaderingen en de Gast- en Proveniershuizen – de zorg voor ouderen en invaliden; het vm. Pesthuis (uit de tijden van de Pest), de Weeshuizen die mede noodzakelijk werden na een grote epidemie (Kampen werd in de negentiende eeuw nog enkele malen geteisterd door de cholera). Een Gezondheidscommissie verzette veel werk aan de verbetering van de gezondheidszorg, de hygiёnische toestanden, en de erbarmelijke staat van de huisvesting voor de 'lagere' standen. Riolering werd eerst na de eeuwwende (deels) aangelegd in de stad. Ook waren er Armendokters. In het Stedelijk Museum Kampen is de Middeleeuwse zorg afgebeeld op de grote schilderijen met de Werken van Barmhartigheid (op de verdieping).

We liepen richting Buiten Nieuwstraat waar het sociale werk van de Rooms-katholieken gestalte kreeg na 1853 (het herstel van Bisschoppelijke hiёrarchie): een eigen Weeshuis en het maatschappelijk werk door de 'Zusters der Liefde van Tilburg' in het (nieuwe) klooster, nabij de Onze Lieve Vrouwe Kerk – de Buitenkerk die in 1809 door Koning Lodewijk Napoleon toegewezen, terug gegeven zo men wil, werd aan de Kamper Rooms-katholieken. Hier wilde ik het gedicht 'Roeping' van Gerard Reve citeren, maar mijn spraakwater was op, en de trein moest worden gehaald, of men snakte naar een borrel. Vandaar maar op deze plek:

"Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed
verschoont, en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.
Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of
tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet savonds reeds zijn smoel op de teevee.
Toch goed dat er een God is."
(1973)

Jaap van Gelderen